Ja of nee:

o            Omdat ik bijna vertrek denk ik dat ik toe ben aan vakantie
o            Ik denk wel vaker dat ik toe ben aan vakantie.
o            Als ik terug ben van vakantie, ben ik na een week toe aan een nieuwe vakantie.

Ja of nee:

o            Ik ga iedere dag met veel plezier naar mijn werk.
o            Ik vind mijn werk niet leuk, maar mijn collega’s wel.
o            Ik vind mijn werk niet leuk, maar ik moet wel geld verdienen.

Ja of nee:

o            Mijn werk is leuk, maar ik kom niet echt tot mijn recht.
o            Mijn werk is leuk, maar er wordt te veel van mij verwacht.
o            Mijn werk is niet leuk, maar ik kan niet kiezen voor mezelf.

Andere reden: …………………………. ?

Doen

  • Maak in gedachten een filmpje van jezelf op een moment dat je niet gelukkig bent op je werk.
  • Speel dat filmpje af en kijk dan naar jezelf.
  • Als je naar jezelf kijkt, aan wie van je ouders of grootouders moet je dan denken?
  • Wiens houding zie je? Wiens ogen kijken je aan?

Die van je moeder? Oma? Tante? Vader? Opa? Oom? Of een andere belangrijke persoon uit je jeugd?

Nagaan:

  • Wat doet die persoon precies?
  •  Welke reden heeft die persoon om dat wat je ziet te doen of te denken?
  •  Wat maakt dat jij hetzelfde doet?
  •  Wat heb jij nodig om anders te denken, te doen of te voelen?

Doen:

  •  Ga na of de persoon jou wilt steunen in andere dingen doen. Ga in gesprek.
  •  Bedank die persoon voor wat hij jou geleerd heeft;
  •  Stel vast wat je mee wilt nemen van het geleerde en wat je anders gaat doen.
  •  Zeg wat je nog kwijt wilt aan de persoon, uit je dankbaarheid voor het feit dat je er bent, draai je om en ben je bewust van het hier en nu.
  •  Reflecteer op je nieuwe kennis en bepaal wat je eerste stap is om iets anders te gaan leven.

Dit is een klein kijkje in de keuken van systemisch werken. Hieronder is ook nog een voorbeeld van Bart.

Bart is iedere dag wel toe aan vakantie. Hij is ook kostwinnaar en vindt dat hij niet zomaar kan stoppen met zijn werk. Hij wil wel iets anders, maar hij weet niet goed hoe.

Hij stelt zijn vader op, en zijn grootvader. Terwijl hij dat doet heeft hij het gevoel dat er iets mist. Na een tijdje rondgelopen te hebben, stelt hij ook de broer van zijn opa op. Bart, vader en opa staan allemaal dicht bij elkaar. De broer van opa staat een eindje verderop. Het blijkt dat die broer na de wereldoorlog naar Australië is geëmigreerd en dat het contact helemaal verwaterd is. Iedereen in de familie wist wel dat er een broer in Australië was, maar daarmee was dan ook alles gezegd.

In een opstelling draait alles om erbij horen, op de juiste plek staan en in balans zijn met iedereen om je heen. De broer stond zo ver weg dat hij er bijna niet meer bij hoorde: hij stond niet op de juiste plek: familie hoort bij elkaar. Verder bleek dat de broer voor zichzelf koos en dat deed men niet in de familie. Daar ging plicht voor alles. Omdat de broer koos voor zichzelf zorgde dat voor onbalans.

Het resultaat was dat Bart zich ervan bewust werd, dat bij hem ook plicht voor alles ging, ook als dat ten koste van hemzelf ging. En omdat hij loyaal was aan zijn familie, kon hij bijna niet voor zichzelf kiezen. Door aan de slag te gaan met de inzichten uit zijn familiesysteem, kon Bart keuzes maken die beter passen bij zijn wensen van nu.

Wil je meer weten of systemisch werken, kijk HIER voor meer info. We starten met drie dagen waarin je kennis maakt met je eigen systeem. Daarna gaan we verder met leren hoe je zelf aan de slag kunt met systemisch werken.